Oudere politici verklaren soms in de krant dat ze heimwee hebben naar de tijd van toen, naar de tijd waarin politiek nog werd gevoerd in stille achterkamertjes, naar de tijd waarin iedereen elkaar kende. ‘Waarom?’ antwoordt een stomverbaasde journalist dan steevast, net zoals ik zou doen ware ik journalist. Achterkamertjespolitiek heeft namelijk een negatieve connotatie gekregen. In de meeste gevallen krijgt de journalist dan een gelijkaardig antwoord: Goed bestuur (om even Letermes slogan te gebruiken) is eenvoudiger te bekomen als meningsverschillen worden uitgevochten op de parlementsbanken, of in de vergaderzalen, en niet voor de camera. Als zo’n interview vervolgens op een internetforum wordt gegooid, lees ik er immer dezelfde commentaren. ‘Het is schandalig!’ ‘Hebben ze iets te verbergen misschien?’. Ik denk dat die criticasters deels gelijk hebben. Dat ze inderdaad iets te verbergen hebben. Maar ik stel me de vraag of dat wel noodzakelijkerwijs schandalig hoeft te zijn.
Misschien heeft het iets te maken met de sensatiecultuur waar we in leven. Mensen willen niet langer weten hoe ze bestuurd worden, hoe hun financiën beheerd worden of waar hun belastingsgeld naartoe gaat – tenzij het om een schandaal gaat natuurlijk. Ze hebben voldoende zelfvertrouwen (of is arrogantie beter op zijn plaats?) om ervan uit te gaan dat ze dat reeds weten, volgens mij. Nee, mensen lezen liever over vlammende ruzies. Wil je verkopen, moet je politici straffe uitspraken ontlokken. Dat ze met iemand anders niet kunnen onderhandelen, dat een bepaalde partij slechts uit decadente leden bestaat, zoiets. Journalisten hebben dit ook begrepen: wil je lezers, moet je niet berichten over wat besloten wordt. Dan moet je berichten over Michel Daerden die ladderzat (oké, zelf zei hij wel dat hij nuchter was, maar ik denk dat hij daar een nogal ruime interpretatie van het begrip ‘nuchter’ hanteerde) de senaat toespreekt. Triestig, hoe zelfs een ‘kwaliteitskrant’ als De Standaard de vraag van Geert Lambert, waar Daerden op antwoordde, achterwege liet in het filmpje dat het op haar website plaatste – of hoe sensatie voor inhoud komt. Je zou natuurlijk ook kunnen berichten over Kris Peeters die bloed geeft of Yves Leterme die interne bloedingen heeft ten gevolge van de stress op Hertoginnedal.
Het woord is eruit. Hertoginnedal. Als je Leterme, politiek, ruziënde politici en spektakel als trefwoorden krijgt, dan weet je meteen dat het over Hertoginnedal gaat. Het is een kasteel dat legendarisch is in de Belgische politiek. Omdat daar door de regering van toen het Taalcompromis werd uitgewerkt. Maar vooral omdat het dé plaats is voor besloten onderhandelingen. Als Belgische politici met een knoop zitten die ze niet kunnen ontwarren, trekken ze naar Hertoginnedal, waar ze zonder gestoord te worden en in alle rust tot een oplossing kunnen komen. Of toch, zo was het vroeger. En dat is nu net waarom ik Hertoginnedal aanhaal. Er is geen beter middel om de evolutie waar die oudere politici uit mijn inleiding het over hadden te illustreren. Want wanneer ik me de onderhandelingen van 2007, die voor een groot deel in Hertoginnedal plaatsvonden, voor de geest haal, denk ik helemaal niet aan een besloten vergadering, waarvan men enkel verneemt wat er besloten is. Dan denk ik aan een steekspelletje waarbij men dagelijks geüpdatet wordt over wie wat gezegd heeft en wie met wie in de clinch ligt. Dan denk ik aan journalisten die kamperen voor de poorten, aan politici die journalisten alles vertellen wat er binnenin gebeurt, hun eigen standpunten goed in de verf zetten, de overige onderhandelaars zo veel mogelijk verwijten naar het hoofd slingeren, en vervolgens besluiten dat ze in een goede sfeer en op een constructieve manier naar oplossingen zoeken.
Bref: vandaag wordt politiek voor een groot stuk in de media en voor de camera gevoerd. In 10 seconden een statement op een overtuigende en vlotte manier brengen, dat is wat een hedendaags politicus moet kunnen. One-liners zijn nimmer zo belangrijk geweest. De 10-secondencultuur gaat gepaard met de sensatiecultuur. Maar hoe je het ook noemt, het is volgens mij een gevaarlijke evolutie. Want waarvoor trok men vroeger naar Hertoginnedal? Omdat men in beslotenheid sneller tot kwalitatief hoogstaandere besluiten en compromissen komt. U begrijpt dat wanneer men dan plots alles in de grijpgrage klauwen van journalisten gaat gooien, men minder vlot resultaten bekomt. Zou u nog in alle sereniteit kunnen onderhandelen met iemand die gisteren voor de camera’s van VRT of RTBF heeft beweerd dat er met u niet te onderhandelen valt? Ik in ieder geval niet. En onze politici kennelijk ook niet, zo is in 2007 gebleken. Leterme is met zijn vergaderingen zelfs gevlucht naar een klein hotelletje in Brugge, opdat de pers niet langer zou weten waar men vergaderde (het duurde drie dagen voor de gieren van de media erachter kwamen waar de politieke kopstukken rond de tafel zaten).
Weten politici dit dan niet? Ik betwijfel het. Volgens mij weten politici zeer goed wat de gevolgen ervan zijn om sterke uitspraken te doen in een of ander interview. Waarom doen ze het dan? Daar heb ik slechts het raden naar, maar ik vermoed dat ik wel iets kan aandragen. Want politici hebben een zeer onzeker bestaan. Ze kunnen hoge toppen scheren, maar de daaropvolgende verkiezingen zeer diep vallen. En het wordt gevaarlijk wanneer je in rekening neemt dat die toppen en dalen in grote mate bepaald worden door … de media. Wat kan het een politicus schelen of er een staatshervorming komt of niet? Wat kan het een politicus schelen of zijn beleid goed is of niet? Een doorsnee politicus wil – volgens mij – in de eerste plaats herkozen worden. En om herkozen te worden, is het belangrijker dat je op een goed blaadje staat bij de media dan dat je goed beleid voert of kwalitatief hoogstaand werk aflevert in het parlement. De pers moet er immers voor zorgen dat er op de positieve manier over je gepraat wordt, wil je scoren bij de verkiezingen. En de beste manier om bij de journalisten op een goed blaadje te staan, is ze geven wat verkoopt : spektakel.
Hela! Hola! Er klopt iets niet in mijn redenering. En de Openbare Omroep dan? Die hoeft toch geen winst te maken? Die kan dus toch dingen uitzenden of op hun website plaatsen die niet verkopen? Mis poes. De Openbare Omroep is steevast de aanvoerder in de kijkcijfer top-10. En met de besparingen die worden doorgevoerd kan ze zich het niet permitteren die positie te verliezen. Want als de VRT niet voldoende kijkcijfers haalt en Deredactie.be niet voldoende hits, dan volgt ongetwijfeld een tirade van de oppositie – ik noem geen belangrijke lijstnamen. Dat men de openbare oproep beter kan commercialiseren, dat men zich er los van moet maken en niet langer geld in dat bodemloos vat moet pompen. En dan krijgen ze gelijk van de commerciële media, die hun kans schoon zien om hun marktaandeel te vergroten. En van de burger, die maar al te graag wat spektakel heeft en dat geknoei van de regering beu is (over wat de regering goed doet, dient immers niet bericht te worden – dat leest toch niemand). En dan moet de minister van media zich verdedigen, moet die hun budget naar beneden halen, en moet de aandacht zo snel mogelijk terug naar de aardbeving in Haïti of een of andere gek die van verkrachten en moorden kennelijk een hobby had gemaakt.
Nee, het deert nog weinig mensen dat het nieuws dat ze voorgeschoteld krijgen eigenlijk geen nieuws is. Dat wat ze zien op tv of in de krant eigenlijk zaken zijn die geen enkele invloed hebben op
hun leven, maar waar ze zich wel op kunnen vergapen. Waar groot geld mee te verdienen valt. Mensen die echt nieuws willen, zijn gedoemd tot een digitale zoektoch, tot het bijhouden van duizend-en-een newsfeeds van allerlei parlementen en instanties, of van Engelstalige kranten die de naam kwaliteitskrant nog enigszins waard zijn, maar die helaas bitter weinig schrijven over wat er zich in de Belgische politieke wereld afspeelt. En slechts weinig mensen zijn bereid elke dag zo veel tijd te besteden aan het opzoeken van nieuws.
Dit alles in rekening genomen, stel ik mezelf en u de vraag wat de beste garantie biedt op een goed bestuur. De achterkamertjespolitiek, waarbij de pers enkel kan berichten over wat beslist is, en de kiezer aldus een beeld krijgt van waar de politicus voor staat, of de spektakelpolitiek, waarbij de kiezer dient te oordelen op one-liners en het al dan niet sympathieke beeld dat van iemand wordt opgehangen in zijn favoriete krant. Of kan de voetbalclub waar iemand voor supportert werkelijk een positieve invloed hebben op het beleid dat hij voert?
Misschien heeft het iets te maken met de sensatiecultuur waar we in leven. Mensen willen niet langer weten hoe ze bestuurd worden, hoe hun financiën beheerd worden of waar hun belastingsgeld naartoe gaat – tenzij het om een schandaal gaat natuurlijk. Ze hebben voldoende zelfvertrouwen (of is arrogantie beter op zijn plaats?) om ervan uit te gaan dat ze dat reeds weten, volgens mij. Nee, mensen lezen liever over vlammende ruzies. Wil je verkopen, moet je politici straffe uitspraken ontlokken. Dat ze met iemand anders niet kunnen onderhandelen, dat een bepaalde partij slechts uit decadente leden bestaat, zoiets. Journalisten hebben dit ook begrepen: wil je lezers, moet je niet berichten over wat besloten wordt. Dan moet je berichten over Michel Daerden die ladderzat (oké, zelf zei hij wel dat hij nuchter was, maar ik denk dat hij daar een nogal ruime interpretatie van het begrip ‘nuchter’ hanteerde) de senaat toespreekt. Triestig, hoe zelfs een ‘kwaliteitskrant’ als De Standaard de vraag van Geert Lambert, waar Daerden op antwoordde, achterwege liet in het filmpje dat het op haar website plaatste – of hoe sensatie voor inhoud komt. Je zou natuurlijk ook kunnen berichten over Kris Peeters die bloed geeft of Yves Leterme die interne bloedingen heeft ten gevolge van de stress op Hertoginnedal.
Het woord is eruit. Hertoginnedal. Als je Leterme, politiek, ruziënde politici en spektakel als trefwoorden krijgt, dan weet je meteen dat het over Hertoginnedal gaat. Het is een kasteel dat legendarisch is in de Belgische politiek. Omdat daar door de regering van toen het Taalcompromis werd uitgewerkt. Maar vooral omdat het dé plaats is voor besloten onderhandelingen. Als Belgische politici met een knoop zitten die ze niet kunnen ontwarren, trekken ze naar Hertoginnedal, waar ze zonder gestoord te worden en in alle rust tot een oplossing kunnen komen. Of toch, zo was het vroeger. En dat is nu net waarom ik Hertoginnedal aanhaal. Er is geen beter middel om de evolutie waar die oudere politici uit mijn inleiding het over hadden te illustreren. Want wanneer ik me de onderhandelingen van 2007, die voor een groot deel in Hertoginnedal plaatsvonden, voor de geest haal, denk ik helemaal niet aan een besloten vergadering, waarvan men enkel verneemt wat er besloten is. Dan denk ik aan een steekspelletje waarbij men dagelijks geüpdatet wordt over wie wat gezegd heeft en wie met wie in de clinch ligt. Dan denk ik aan journalisten die kamperen voor de poorten, aan politici die journalisten alles vertellen wat er binnenin gebeurt, hun eigen standpunten goed in de verf zetten, de overige onderhandelaars zo veel mogelijk verwijten naar het hoofd slingeren, en vervolgens besluiten dat ze in een goede sfeer en op een constructieve manier naar oplossingen zoeken.
Bref: vandaag wordt politiek voor een groot stuk in de media en voor de camera gevoerd. In 10 seconden een statement op een overtuigende en vlotte manier brengen, dat is wat een hedendaags politicus moet kunnen. One-liners zijn nimmer zo belangrijk geweest. De 10-secondencultuur gaat gepaard met de sensatiecultuur. Maar hoe je het ook noemt, het is volgens mij een gevaarlijke evolutie. Want waarvoor trok men vroeger naar Hertoginnedal? Omdat men in beslotenheid sneller tot kwalitatief hoogstaandere besluiten en compromissen komt. U begrijpt dat wanneer men dan plots alles in de grijpgrage klauwen van journalisten gaat gooien, men minder vlot resultaten bekomt. Zou u nog in alle sereniteit kunnen onderhandelen met iemand die gisteren voor de camera’s van VRT of RTBF heeft beweerd dat er met u niet te onderhandelen valt? Ik in ieder geval niet. En onze politici kennelijk ook niet, zo is in 2007 gebleken. Leterme is met zijn vergaderingen zelfs gevlucht naar een klein hotelletje in Brugge, opdat de pers niet langer zou weten waar men vergaderde (het duurde drie dagen voor de gieren van de media erachter kwamen waar de politieke kopstukken rond de tafel zaten).
Weten politici dit dan niet? Ik betwijfel het. Volgens mij weten politici zeer goed wat de gevolgen ervan zijn om sterke uitspraken te doen in een of ander interview. Waarom doen ze het dan? Daar heb ik slechts het raden naar, maar ik vermoed dat ik wel iets kan aandragen. Want politici hebben een zeer onzeker bestaan. Ze kunnen hoge toppen scheren, maar de daaropvolgende verkiezingen zeer diep vallen. En het wordt gevaarlijk wanneer je in rekening neemt dat die toppen en dalen in grote mate bepaald worden door … de media. Wat kan het een politicus schelen of er een staatshervorming komt of niet? Wat kan het een politicus schelen of zijn beleid goed is of niet? Een doorsnee politicus wil – volgens mij – in de eerste plaats herkozen worden. En om herkozen te worden, is het belangrijker dat je op een goed blaadje staat bij de media dan dat je goed beleid voert of kwalitatief hoogstaand werk aflevert in het parlement. De pers moet er immers voor zorgen dat er op de positieve manier over je gepraat wordt, wil je scoren bij de verkiezingen. En de beste manier om bij de journalisten op een goed blaadje te staan, is ze geven wat verkoopt : spektakel.
Hela! Hola! Er klopt iets niet in mijn redenering. En de Openbare Omroep dan? Die hoeft toch geen winst te maken? Die kan dus toch dingen uitzenden of op hun website plaatsen die niet verkopen? Mis poes. De Openbare Omroep is steevast de aanvoerder in de kijkcijfer top-10. En met de besparingen die worden doorgevoerd kan ze zich het niet permitteren die positie te verliezen. Want als de VRT niet voldoende kijkcijfers haalt en Deredactie.be niet voldoende hits, dan volgt ongetwijfeld een tirade van de oppositie – ik noem geen belangrijke lijstnamen. Dat men de openbare oproep beter kan commercialiseren, dat men zich er los van moet maken en niet langer geld in dat bodemloos vat moet pompen. En dan krijgen ze gelijk van de commerciële media, die hun kans schoon zien om hun marktaandeel te vergroten. En van de burger, die maar al te graag wat spektakel heeft en dat geknoei van de regering beu is (over wat de regering goed doet, dient immers niet bericht te worden – dat leest toch niemand). En dan moet de minister van media zich verdedigen, moet die hun budget naar beneden halen, en moet de aandacht zo snel mogelijk terug naar de aardbeving in Haïti of een of andere gek die van verkrachten en moorden kennelijk een hobby had gemaakt.
Nee, het deert nog weinig mensen dat het nieuws dat ze voorgeschoteld krijgen eigenlijk geen nieuws is. Dat wat ze zien op tv of in de krant eigenlijk zaken zijn die geen enkele invloed hebben op
hun leven, maar waar ze zich wel op kunnen vergapen. Waar groot geld mee te verdienen valt. Mensen die echt nieuws willen, zijn gedoemd tot een digitale zoektoch, tot het bijhouden van duizend-en-een newsfeeds van allerlei parlementen en instanties, of van Engelstalige kranten die de naam kwaliteitskrant nog enigszins waard zijn, maar die helaas bitter weinig schrijven over wat er zich in de Belgische politieke wereld afspeelt. En slechts weinig mensen zijn bereid elke dag zo veel tijd te besteden aan het opzoeken van nieuws.
Dit alles in rekening genomen, stel ik mezelf en u de vraag wat de beste garantie biedt op een goed bestuur. De achterkamertjespolitiek, waarbij de pers enkel kan berichten over wat beslist is, en de kiezer aldus een beeld krijgt van waar de politicus voor staat, of de spektakelpolitiek, waarbij de kiezer dient te oordelen op one-liners en het al dan niet sympathieke beeld dat van iemand wordt opgehangen in zijn favoriete krant. Of kan de voetbalclub waar iemand voor supportert werkelijk een positieve invloed hebben op het beleid dat hij voert?
